Niet altijd vanzelf

Iedereen leert in zijn kinderjaren praten, of beter gezegd, leert communiceren. Spelenderwijs ontwikkelt een kind het vermogen om wensen kenbaar te maken en informatie uit te wisselen met de omgeving. Praten is één manier om te communiceren, andere manieren zijn: oogcontact, mimiek, lichaamstaal, aanwijzen, gebaren, lezen en schrijven. Al in de baarmoeder ontwikkelen de zintuigen en motoriek zich, waardoor het proces van drinken, eten en de communicatie op gang kan komen. Soms gaan deze ontwikkelingen niet vanzelf.

Bij het jonge kind kan de spraak- en taalontwikkeling niet vanzelf gaan. Het kind heeft bijvoorbeeld moeite met zich te uiten, het communiceren met de omgeving of het begrijpen en gebruiken van taal. Later kunnen er problemen in het lees- en schrijfproces ontstaan.

Slechthorendheid, chronische oorontsteking of concentratieproblemen kunnen extra belemmerend werken op de ontwikkeling.

In de ontwikkeling van de mondmotoriek en sensoriek kunnen problemen ontstaan die zich bijvoorbeeld uiten in mondademen, kwijlen, afwijkend slikken, lispelen of slissen. Dit kan van invloed zijn op de ontwikkeling van de kaak en het gebit.

De vloeiendheid van het spreken kan verstoord zijn, hiervan is stotteren een voorbeeld.

Heesheid of een schorre stem kunnen aanwijzingen zijn voor verkeerd stemgebruik van het kind.

Trainen van de mondmotoriek

De logopedische behandeling bestaat uit het begeleiden en het geven van adviezen bij problemen met eten en drinken, de spraak- en taalontwikkeling, het gehoor of de luistervaardigheden, de vloeiendheid van spreken, de stem en met problemen in de mondmotorische- en sensorische vaardigheden. Ook problemen in de voorwaarden om tot lezen en spellen te komen, kunnen begeleid worden.

Voorop staat dat de logopedist het kind volgt in zijn/ haar belevingswereld zodat het kind plezier heeft en zich daardoor verder kan ontwikkelen. Net als bij de kinderfysiotherapie kan de logopedische behandeling bij heel jonge kinderen in de thuissituatie plaatsvinden.

Logopedie is meer dan spraakles.

De logopedist houdt zich bezig met alle aspecten van de verbale communicatie. Hij/ zij behandelt stoornissen van mondfuncties, adem en stem, spraak, taal en gehoor, die van organische, functionele of neurologische aard zijn.

Enkele voorbeelden van de problemen waarmee kinderen bij ons komen:

  • Te laat of niet praten (mogelijk veroorzaakt door een dysfatische ontwikkeling)
  • Articulatiestoornissen
  • Verstoorde luisterfunctie/ gehoorproblematiek/ auditieve verwerkingsproblemen
  • Stotteren
  • Afwijkende mondgewoonten/ duim- en vingerzuigen
  • Afwijkend slikken
  • Mondademen
  • Tandenknarsen
  • Eet- en drinkproblemen
  • Tweede taalverwerving
  • Problemen rond schisis (lip/kaak/ gehemeltespleet)